Afscheidsviering
Sophie, vorige week werd voor jou en voor ons plotseling alles anders en ook de
hele natuur werd onnatuurlijk, een zwaar onweer in januari. Maar donderdag werd
diezelfde natuur zacht en teer en wit vol sneeuw en overal in heel het land werden
gedichten voorgedragen. En jij gleed weg uit ons samenzijn.
Je hebt gevochten, Sophie. Je eens zo gezonde lichaam was gesterkt door bergwandelingen
en fietstochten. Je wou de wereld zien. Toen palmde de ziekte je lieve lichaam
in. Toch bleef jij de echte Sophie. Je hoopte met iedereen de toekomst veilig
te stellen. Daarbij waren wij allemaal je stapstenen. Maar vooral was er Wim,
je man, al zo lang onlosmakelijk met je verbonden door jullie vele dromen en reizen.
Ook de volgende jaren kregen weer volop gestalte door jullie nieuwe huis.
Helaas woekerde je ziekte verder, maar jij gaf niet toe. Integendeel, je warmte
en je bezorgdheid voor anderen waren nooit groter, je plannen nooit ver weg.
We hebben samen veel gelachen, Sophie. We hebben honderden boeken gelezen en uren
volgekletst. De laatste stappen die we nu samen zetten wegen loodzwaar. Maar als
we heel stil zijn en goed luisteren zullen we jouw lach horen.
Vol levenskracht ben ik getuige van mijn dood (François Maine de Biran)
Lieve, liefste, allerliefste Sophie,
Hoeveel keren zijn we zo niet begonnen. Anderhalf jaar lang. En nu schrijf ik
je en je bent er in wezen niet. Woorden – waar we zo van houden – leveren nu precies
geen houvast.
Hoe gaan we jouw leven een plek kunnen geven met een waardigheid die jij de hele
tijd hebt uitgestraald.
Sophie een jaartje geleden schreef je me het volgende:
Vind je het vreemd dat ik soms bezig ben met de dood? Maar gedachten aan een aantal
mensen laten mij dan ook zeggen nee, die kan je dat niet aandoen. En dan ben je
ook zeker dat het niet gebeurt. Maar ik denk veel meer aan het moment dat ik met
de armen in de lucht super content ben en blij ben weer een 'normaal' leven te
leiden. Zo blij dat ik ook was in september omdat er geen nabehandeling nodig
was. Zoiets. Begrijp je? Het is zo verwarrend.
Sophie, ik denk dat deze zinnen jou nog het beste typeren. Een Sophie die met
beide voeten in de echte wereld stond. Aan geld, bezittingen en status hechtte
je geen enkel belang. Wel wilde je in alles wat je deed, aan alles wat je beleefde
een wezenlijke diepte geven. Een integer persoontje vol levensvreugde, vol enthousiasme
en intelligentie. Je maakte altijd tijd voor vriendschap, gezelligheid en genegenheid.
Je was dolgelukkig om het geluk van anderen.
Sophie, je bent een enorm grote madam, die altijd gaf.
Er is zoveel liefde om te geven, zei je.
Sophie je was ook zeer beschermend.
Zelfs in de moeilijkste periode van je leven was je bang om mensen verdriet te
doen. Je hield vast aan de hoop. Je hield je vast aan het leven, aan de mensen
rondom je, aan zoveel kleine dingen. We gingen hierin met je mee. Je leefde intens
met vreugde en met zeer veel verborgen verdriet.
En nu ben je ons toch nog ontglipt. Maar ook dat moment – Sophie - heb je beschermend
in eigen handen genomen.
Je was zo enorm sterk, zo ongelooflijk mooi en lief en zo echt.
Sophie, uit diep respect en innige verbondenheid moeten wij verder leven: met
heel veel verdriet, met een ondraaglijke gevoel van leegte in lijf en leden, maar
ook met vreugde, met het diep koesteren van elke herinnering, met vallen en opstaan.
En met jouw woorden in het achterhoofd: ‘het wordt beter’.
Het is een magere troost
Dat alles moet verdwijnen
En ik je hoe dan ook op een keer
Toch zou moeten missen, bijvoorbeeld door de dood.
Ik hou van je, al
kunnen we waarschijnlijk niet meer
worden wat we vroeger waren of dachten
te zijn. Geen verhalen over afkeer,
over waanzin of grote trouw: ik
verlang naar toen, terwijl
ik ouder word. Ik denk
nog veel aan jou.
Tom Lanoye
Alles wat waar is
Alles wat waar is,
kan zachtjes zijn.
Zachtjes rijpen de vruchten.
Bladeren vallen in stilte.
Stom bedekt sneeuw ze,
kalm vriest het meer dicht –
dood komt als slaap.
Bevruchting is zwijgend.
Zonnelicht schreeuwt niet.
Niemand hoort het, als de sneeuw verdwijnt.
Al het gras komt uit de aarde –
stom.
Als bloesems opengaan,
davert het niet.
Alles wat waar is,
kan zachtjes zijn.
Voor ons oor.
Geen mens kan horen
wat de uil hoort.
Heinz Kahlau
Dag Phietje,
Ons hart is gebroken , nu je er echt niet meer bent. …
Wij weten nu nog niet goed hoe hard we je gaan missen.
Je hebt ons verbaasd hoe je met je ziekte omging. Medelijden wou je absoluut niet.
Je zocht zelf naar een manier om met deze moeilijke situatie om te gaan, tussen
echte hoop, twijfelend optimisme en moedeloosheid, wij hadden er vaak het raden
naar wat echt in je omging.
Sophie, je had er echt een hekel aan om in het middelpunt van de belangstelling
te staan , dat weten we. Maar voor ons was je een uniek persoon. Iedereen die
hier nu zit, had een eigen relatie met jou, heeft een levende herinnering aan
jou.
Le fabuleux destin d’ Amélie Poulain had een enorm grote indruk op je gemaakt.
Dat is voor ons geen toeval. Dat het hevig begon te sneeuwen op dat de dag dat
je stierf, is nu voor ons zo’n Amélie Poulain-achtige tussenkomst. Het maakte
ons in elk geval even rustig en deed ons glimlachend naar buiten kijken.
Onze bezorgdheid gaat uit naar Wim , je ouders en Frederik ,onze gedachten gaan
heel vaak naar hen en naar jou.
Salukes, phie, slaapwel.
‘Aanvaarden... Het is bovenmenselijk zwaar. Het is zo fundamenteel ingrijpend
in het menselijk eigenbelang. Het doet alles daveren. Niets blijft overeind. Niets
is nog zeker. De meest vanzelfsprekende dingen komen op de helling te staan. Het
is vallen in een groot gat, aanvankelijk zonder bodem.
Aanvaarden... Het is loslaten. Durven verliezen. Uit handen geven. Klein worden.
Arm zijn. Het is niet meer rekenen. Niet meer plannen. Het is moeizaam proberen
op de been te blijven van uur tot uur.
Aanvaarden... Het is afgebroken worden. Het is een stukje sterven. Het doet onverstelbaar
pijn. Het is ziek worden van ellende. Wegkruipen. Angst hebben. Het is kapot gaan
van pure ellende. Het is in alle onmacht uitschreeuwen:’ Help, of we gaan allemaal
ten onder!’ Het is teruggaan tot het nulpunt. Terug tot letterlijk niets.
Aanvaarden...Het is geen passief gebeuren. Het is geen ‘realiteit ondergaan’.
Het is een actief, bewust proces dat heel lang duurt en dat heel pijnlijk is.
Het is uiteindelijk toch beamen. Zonder reserves.
En dan... heel langzaam en voorzichtig, heel kwetsbaar en broos komt eindelijk
de verlossing. Dan wordt er, beetje bij beetje, een nieuw stuk mens in je geboren.
Een stukje mens dat zuiver is, ontdaan van alle ballast en onnodig omhulsel. Een
stuk mens dat je nooit meer kan afgepakt worden, want het is een eerste stukje
van de eeuwigheid.
En ten slotte komt de verwondering. Het leren blij zijn met mooie, kleine dingen.
Het leren dankbaar zijn voor een handvol mensen die ons, al die tijd, niet losgelaten
hebben. Het leren genieten van dat uizonderlijk gegeven dat jij voor ons allen
was. Aanvaarden... Het is durven opnieuw te beginnen te leven.’
Uit Brieven aan Miriam van Lutgard van Heuckelom.
|
|